Honingzwam

Honingzwam of Armillaria is een geslacht van parasitaire schimmels die op bomen en houtachtige struiken leven. Hij omvat ongeveer tien soorten die voorheen met de verzamelnaam A. mellea werden aangeduid.

Armillaria is langlevend en is een van de meest verspreide levende organismes ter wereld. Het grootste enkele organisme (van de soort Armillaria ostoyae) beslaat meer dan 8,9 km² en is duizenden jaren oud. Sommige soorten van de Armillaria zijn lichtgevend en zijn wellicht de verklaring achter fenomenen zoals lichtgevend hout en dwaallichtjes.

Armillaria is een ziekteverwekker bij bomen en kan veel schade aanrichten. Het veroorzaakt de wortelziekte witrot in bossen en onderscheidt zich van de ridderzwam (mycorrhiza) doordat het een parasitaire zwam is.

Honingzwam als plantenziekte (de wortelziekte witrot)

De honingzwam is een dodelijk pathogeen organisme dat schade aanricht bij bomen, struiken, houtige klimplanten en heel soms ook bij houtige vaste planten. De honingzwam groeit zowel op levende bomen als op dood en rottend hout.

De honingzwam verspreidt zich zowel via levende bomen als dode en levende wortels en boomstronken door middel van roodbruine tot zwarte wortelachtige rizomorfen, met een snelheid van ongeveer één meter per jaar, hoewel infectie via contact met de wortels ook mogelijk is. Infectie door sporen komt zelden voor. Rizomorfen groeien dicht bij de oppervlakte van de bodem (niet dieper dan 20 cm) en vallen nieuwe wortels aan, of de wortelhals van houtachtige planten (waar de wortels en de stam bijeenkomen). Een geïnfecteerde boom sterft als de zwam zich eroverheen verspreid heeft, of als de wortels grotendeels zijn afgestorven. Dat kan zeer snel gaan, maar het kan ook jaren duren. Geïnfecteerde bomen gaan achteruit, maar kunnen vlak voor hun dood nog uitbundig bloeien of veel vruchten produceren. De honingzwam waarschijnlijk de oorzaak van de problemen is. Als u het met zekerheid wilt vaststellen, kunt u het beste een gekwalificeerde boomverzorger raadplegen.

De eerste symptomen van een honingzwaminfectie zijn dat de achterkant van takken met bladeren afsterft of dat er geen nieuwe bladeren aan de takken komen in de lente. Er komen zwarte draadachtige wortels tevoorschijn onder de schors en rondom de boom en er groeien vruchtlichamen in clusters van de geïnfecteerde boom in de herfst die na de eerste vorst weer doodgaan. Maar dit betekent niet noodzakelijkerwijs dat de pathogene (de ziekteverwekkende) stammen honingzwam de oorzaak zijn dat de boom achteruitgaat of afsterft. Daarom wordt aangeraden om op andere manieren de oorzaak te identificeren voordat er een diagnose wordt gesteld.

Infecties voorkomen

Honingzwam kan voorkomen worden door boomstronken of ander dood houtachtig materiaal te verwijderen uit de grond, bijvoorbeeld door het mechanisch te frezen. Het chemisch doden van boomstronken is vaak niet voldoende. De gezonde groei van houtachtige planten moet aangemoedigd worden door drainageproblemen te verhelpen en de planten adequate voeding en mulch te geven. Vaak zijn mensen bang dat honingzwam op houtachtige mulch kan komen, vooral als er rizomorfen te zien zijn onder de mulch. Maar het is juist redelijk veilig om houtmulch te gebruiken tegen honingzwam.

Als met zekerheid is vastgesteld dat er honingzwam op uw bomen zit, moeten alle dode of stervende houtachtige planten uitgegraven worden en alle wortels en boomstronken verwijderd worden. Als het niet lukt om de boomstronk uit de grond te halen, kan hij gefreesd of in stukken gehakt worden door een aannemer. De houtsnippers moeten verbrand worden of buiten de tuin weggegooid worden, en niet als mulch gebruikt worden. Als laatste oplossing kan een boomstronk ook behandeld worden met ammoniumsulfamaat (een middel om boomstronken te doden dat wordt verkocht als Amicide of Root out). Dit is echter geen erkend biologisch product en mag niet worden gebruikt door geregistreerde biologische telers.

Als er planten in een haag zijn geïnfecteerd, moeten de planten aan beide kanten van de geïnfecteerde planten ook verwijderd worden. De stukken grond waar honingzwam voorkomt, moeten herbeplant worden met niet-houtachtige soorten, of met soorten die minder gevoelig zijn voor honingzwam, zoals de venijnboom (taxus baccata), kornoelje, beuk (fagus) en Hebe. Vruchtenbomen en struiken mogen niet geteeld worden op stukken grond die geïnfecteerd zijn, evenals uitzonderlijk gevoelige soorten zoals beuken, cipressen, seringen, pijnbomen, ligusters, walnootbomen en wilgen. Zonder waardplanten sterft de honingzwam uiteindelijk af.

Foto van Jean-Pol GRANDMONT


Uw boomstronk laten verwijderen?

Neem dan vrijblijvend contact op en wij zorgen dat uw boomstronk professioneel verwijderd wordt door een StumpBusters® expert!

Maak een afspraak Bel 088-22 121 66